‘Ik zie het ijs al!’ roep ik enthousiast als we over een veel te smal weggetje naar de start van de wandeling naar de Buer gletsjer rijden. Vriend M. is druk met het ontwijken van de gaten in de weg en is nog wat chagrijnig omdat het regent. Hij kan mijn enthousiasme nog niet echt delen.
We parkeren de auto en starten met lopen. Als we door een hek heen moeten (zou dat iets binnen of juist buiten houden, vroegen we ons af) start de wandeling pas echt! De beroemde rode T’s, die in Noorwegen zijn aangebracht om wandelroutes aan te geven, wijzen ons de weg. Enigszins overbodig vinden we, want er is maar één pad. Het is inmiddels gestopt met regenen. Het is ook niet eens zo koud. Het meenemen van een fleecetrui, windstopper én regenjas blijkt dan ook vrij overdreven te zijn…
Dat we zouden moeten gaan klimmen was redelijk obvious, aangezien we het ijs al konden zien liggen: een paar honderd meter hoger. Maar we blijken niet alleen veel te moeten klimmen, het is ook nog eens heel avontuurlijk! GAAF! Daarom gingen we immers (o.a.) naar Noorwegen. Op een gegeven moment moeten we met behulp van touwen de rotsen op klimmen of over grote spleten heen stappen. Het roept bij mij een groot ‘Me Jane, you Tarzan’-gevoel op. Maar na een uur klimmen, klauteren, over hangbruggen of planken water oversteken en over glibberige stenen lopen, is er van Jane weinig meer over.

‘Ik kan niet meer’.
Vriend M., mijn Tarzan, mijn berggeit, mijn steenbok, is nog niet zo moe en springt energiek van de ene rots naar de ander. ‘We zijn er bijna’.
Om daar zeker van te zijn vraag ik het aan een stel Duitsers die naar beneden komen lopen. Ondanks mijn vermoeidheid komt de vraag ‘Wie weit ist es noch?’ vloeiend over mijn lippen.
’20 Minuten’, luidt het antwoord. 20?! Damn, ik dacht eerder aan 5… Gelukkig beschik ik over een ongezond groot doorzettingsvermogen en klim ik verder.
En toen stonden we opeens bij het ijs, dat ook de bron was voor een wildstromende rivier van smeltwater. Het was de op twee (of drie) na grootste gletsjer van Noorwegen. Ik was wel een beetje teleurgesteld dat het ijs niet zo’n mooie blauwe kleur had. Integendeel, het ijs was op sommige plekken eigenlijk gewoon vies, zwart. Wel een raar idee dat dit ijs er echt al eeuwig ligt! En ook erg bijzonder dat wij daar eind juli aan de voet stonden, midden in de zomer! Ik heb een keer een wintersport gehad met minder sneeuw.
Conclusie: Een bijzondere ervaring die extra mooi was door de inspanning die we moesten leveren! Een mooi avontuur dat achteraf één van de hoogtepunten van de vakantie zou zijn.